ECLI:NL:CRVB:2016:4776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand op basis van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Pekela trok de bijstand van appellant met ingang van 8 januari 2007 in en vorderde de kosten terug wegens het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding met appellante. Dit werd vastgesteld na een uitgebreid onderzoek door de sociale recherche.
Appellanten voerden aan dat de samenwoning voortkwam uit medische noodzaak en dat zij dit vooraf aan het college hadden gemeld. De Raad oordeelde dat de reden van samenwoning niet relevant is voor de beoordeling van het bestaan van een gezamenlijke huishouding. Tevens konden appellanten niet aannemelijk maken dat zij het college vooraf hadden geïnformeerd over het samenwonen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de bijstand terecht was ingetrokken en teruggevorderd. De aangevallen uitspraak werd daarmee bekrachtigd en het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding.