ECLI:NL:CRVB:2016:4804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand in strijd met materieel rechtszekerheidsbeginsel
Appellant ontving in 2010 een ontslagvergoeding en vertrok met zijn gezin naar Indonesië. Na terugkeer in Nederland vroeg hij in september 2012 bijstand aan. Het college kende bijstand toe, maar trok deze in juli 2013 met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht over het levensonderhoud in Nederland en Indonesië.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college ten onrechte de bijstand met terugwerkende kracht vanaf de datum van aanvraag heeft ingetrokken, wat in strijd is met het materiële rechtszekerheidsbeginsel. Het college had pas vanaf 1 oktober 2012 mogen intrekken, omdat toen pas sprake was van schending van de inlichtingenplicht.
Voor de aanvraag van augustus 2013 oordeelt de Raad dat appellant geen wijziging van omstandigheden heeft aangetoond die recht op bijstand zou geven. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor het deel van de intrekking en terugvordering tot 1 oktober 2012, herroept het eerdere besluit en beveelt een nieuwe beslissing over de terugvordering. Het hoger beroep wordt voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering van bijstand met terugwerkende kracht vóór 1 oktober 2012 is onrechtmatig; nieuwe beslissing over terugvordering wordt bevolen; beroep voor aanvraag na intrekking wordt afgewezen.