ECLI:NL:CRVB:2016:4808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellante ontvangt sinds 2003 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet. Zij heeft enige tijd samengewoond met B, met wie zij gezinsbijstand ontving van februari tot juni 2010. Uit onderzoek bleek dat B een bankrekening met grote stortingen had en meerdere kentekens op zijn naam had, wat aanleiding gaf tot herziening en terugvordering van de bijstand.
Het college vorderde €6.529,50 terug wegens het niet melden van deze inkomsten en handel in auto’s. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellante voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de activiteiten van B en dat terugvordering haar ernstig zou schaden, maar dit werd verworpen.
De Raad benadrukt dat partners in gezinsbijstand als een eenheid worden beschouwd en onbekendheid met elkaars financiële situatie geen vrijstelling biedt. Dringende redenen om af te zien van terugvordering zijn niet aannemelijk gemaakt. Ook persoonlijke omstandigheden en redelijkheid en billijkheid leiden niet tot kwijtschelding. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de terugvordering en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.