ECLI:NL:CRVB:2016:4810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting en intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet vanaf 7 november 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand nadat appellant zonder bericht niet was verschenen op oproepen in maart 2015. Appellant werd uitgenodigd voor een gesprek en verzocht bankafschriften te overleggen, maar reageerde niet.
Hierop schortte het college de bijstand op met ingang van 1 april 2015 en stelde appellant in de gelegenheid alsnog de gevraagde gegevens te verstrekken. Omdat appellant ook hier niet aan voldeed, werd de bijstand ingetrokken met ingang van dezelfde datum. Appellant maakte bezwaar, maar het college verklaarde dit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college oneigenlijk gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheden en dat een andere maatregel passend zou zijn geweest. De Raad oordeelde echter dat het college terecht de bijstand opschortte en introk, omdat appellant onvoldoende medewerking had verleend en de procedure zorgvuldig was gevolgd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opschorting en intrekking van de bijstand wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens.