ECLI:NL:CRVB:2015:456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid opschorten en intrekken bijstand wegens niet nakomen re-integratieverplichting
Betrokkene ontvangt sinds februari 2013 bijstand op grond van de WWB. Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, heeft de bijstand opgeschort en later ingetrokken omdat betrokkene niet is verschenen bij een oriëntatieperiode bij het re-integratiebedrijf. De rechtbank Amsterdam vernietigde deze besluiten en oordeelde dat het college niet bevoegd was tot opschorting en intrekking op grond van artikel 54 WWB Pro.
In hoger beroep betoogt appellant dat de gewijzigde wetstekst van artikel 17, tweede lid, WWB sinds 1 juli 2013 wel degelijk opschorting en intrekking mogelijk maakt bij niet meewerken aan oproepen in het kader van arbeidsinschakeling. Betrokkene stelt dat het niet verschijnen op 14 november 2013 niet verwijtbaar is, omdat hij toen door beveiliging werd weggestuurd.
De Raad overweegt uitgebreid dat de bevoegdheid tot opschorting en intrekking op grond van artikel 54 WWB Pro alleen geldt indien het niet nakomen van medewerkingsverplichtingen invloed heeft op het vaststellen van het recht op bijstand. Niet verschijnen bij een oriëntatieperiode valt onder de arbeidsinschakelingsplicht van artikel 9 WWB Pro, waarbij het recht op bijstand wel vaststaat en dus alleen een verlaging van bijstand mogelijk is. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant niet bevoegd was tot opschorting en intrekking in deze situatie.
Het incidenteel hoger beroep van betrokkene faalt omdat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet verwijtbaar was in het niet verschijnen. De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene en bevestigt de aangevallen uitspraak in zijn geheel.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het college niet bevoegd is de bijstand op te schorten of in te trekken wegens niet verschijnen bij re-integratie, maar wel bevoegd is tot verlaging van de bijstand.