ECLI:NL:CRVB:2016:4821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewaardering groepschef politie en verantwoordelijkheid
Appellanten, werkzaam bij de politie, voerden in hoger beroep aan dat hun functie qua verantwoordelijkheid gelijkwaardig is aan de referentiefunctie Groepschef B, wat een hogere functiewaardering zou rechtvaardigen dan de toegekende Groepschef A.
De korpschef had hun functie gewaardeerd op schaal 8 (Groepschef A) na een nieuw functieonderhoud en had daarbij gemotiveerd afgeweken van het advies van de Commissie van Advies bezwaren functiewaardering Politie (CABF). De rechtbank had eerder de beroepen van appellanten ongegrond verklaard.
De Raad overwoog dat het verschil tussen Groepschef A en B vooral ligt in de grootte van de groep medewerkers waarvoor integrale verantwoordelijkheid wordt gedragen. Appellanten droegen verantwoordelijkheid voor een groep van maximaal tien medewerkers, terwijl Groepschef B een grotere groep (circa twintig) betreft.
Hoewel appellanten operationele leiding gaven aan circa vijfendertig medewerkers als Coördinator van dienst politie, droegen zij niet de integrale verantwoordelijkheid zoals bedoeld bij de referentiefuncties. Ook de door appellanten aangevoerde zwaardere taken werden niet in de functiebeschrijvingen vermeld en konden de waardering niet wijzigen.
Daarom is de waardering op niveau Groepschef A geenszins onhoudbaar en mocht de korpschef gemotiveerd afwijken van het advies van de CABF. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De waardering van de functie van appellanten op niveau Groepschef A wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.