ECLI:NL:CRVB:2016:4823
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten tweede gebitsrehabilitatie na vervolging
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), vroeg opnieuw vergoeding voor een gebitsrehabilitatie. Eerder was al een eenmalige vergoeding toegekend voor gebitsklachten voortvloeiend uit de vervolging.
Verweerder wees de aanvraag af omdat de eerste rehabilitatie de klachten had hersteld en latere kosten als normale onderhoudskosten worden beschouwd. De Raad bevestigde dat het beleid van eenmalige vergoeding geldt, maar dat bij nieuwe aanvragen altijd een medische noodzaak moet worden onderzocht.
Uit het medisch advies bleek dat de nieuwe behandeling betrekking had op onderhoud van eerder herstelde elementen door degeneratief verval, geen nieuwe gebitsklachten door vervolging. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een vergelijkbare situatie niet aannemelijk werd gemaakt.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van vergoeding voor een tweede gebitsrehabilitatie wordt ongegrond verklaard.