ECLI:NL:CRVB:2016:4840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling arbeidsvermogen
Appellant, werkzaam als assemblage medewerker, meldde zich ziek wegens schouderklachten na een verkeersongeval en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant vanaf 13 december 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
Na bezwaar en aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige werden de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aangepast, waarbij meerdere functies vervielen. Desondanks werd vastgesteld dat appellant nog steeds meer dan 65% van zijn loon kan verdienen. Het UWV beëindigde de uitkering per 21 maart 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn klachten waren verergerd, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank wegens formele onvolkomenheid, maar behandelde de zaak inhoudelijk en bevestigde het besluit van het UWV. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant met zijn beperkingen in staat is tot passend werk, waardoor het recht op ziekengeld vervalt.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.