ECLI:NL:CRVB:2016:4851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankrekening echtgenoot
Appellante en haar echtgenoot ontvingen bijstand volgens de norm voor gehuwden, maar hadden een bankrekening met een saldo van ruim €14.700 die niet tijdig aan het college was gemeld. Het college schortte de bijstand op en trok deze in vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Tevens legde het college een boete op en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet op de hoogte was van de bankrekening en dat zij het college onverwijld had geïnformeerd, dat er dringende redenen waren om terugvordering achterwege te laten en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De Raad oordeelde dat bij gezinsbijstand beide partners als een eenheid worden gezien en dat onbekendheid met de bankrekening niet tot vrijstelling leidt. Er waren geen dringende sociale of financiële redenen om terugvordering te voorkomen. De terugvordering heeft een reparatoir karakter en is geen strafmaatregel. Ook was er geen sprake van een toezegging van het college die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstand blijven in stand.