ECLI:NL:CRVB:2016:491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- W.F. Claessens
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende besef verantwoordelijkheid na erfenis
Appellante ontving tot oktober 2012 een Ziektewetuitkering en erfde in augustus 2012 een bedrag van €29.765,77, dat zij onder meer gebruikte voor schuldenaflossing en woningverbetering. Zij vroeg in januari 2013 bijstand aan, waarbij het college haar vermogen op €0,03 vaststelde. Het college verlaagde haar bijstand met 50% gedurende zes maanden vanwege te snel ingeteerd vermogen uit de erfenis en een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de dreigende woninguitzetting en energieafsluiting geen dringende redenen vormden om van verlaging af te zien. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij betalingsachterstanden had en dreigde met ontruiming, maar de Raad stelde vast dat deze situatie niet was geëffectueerd en appellante geen contact had opgenomen met het college.
De Raad oordeelde dat de verlaging terecht was en dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% gedurende zes maanden wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.