Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
Inleiding
€ 88.209,12 ontvangen.
Procesverloop
10 maanden.
Overwegingen
€ 65.472,75 [1] bedraagt. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres voor een bedrag van € 17.046,30 niet verantwoord heeft ingeteerd op dit vermogen. Als zij dit wel had gedaan, dan zou eiseres vanaf 21 december 2020 nog 10 maanden in haar eigen levensonderhoud hebben kunnen voorzien. Bij deze berekening heeft verweerder rekening gehouden met een interingsnorm die 1,5 keer zo hoog is als de voor eiseres geldende bijstandsnorm per maand. Door niet verantwoord in te teren, heeft eiseres tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont. Volgens verweerder is hij bevoegd om de bijstandsuitkering van eiseres met 20% te verlagen voor de duur van 10 maanden [2] .
Oordeel rechtbank
24 september 2021 heeft eiseres een factuur overgelegd waaruit de hoogte van kosten voor de keuken (€ 1.203,41) blijken en ook een betalingsbewijs overgelegd.
9 maanden.
10 maanden is opgelegd.
€ 6.000,- beschikte en dat zij hiervan met de verlaagde bijstandsuitkering redelijkerwijs
10 maanden kon/kan rondkomen. De rechtbank wijst tot slot op de uitspraak van de CRvB van 16 februari 2016 [7] waaruit volgt dat betalingsachterstanden ten aanzien van de huur en energiebetaling (met dreiging van woninguitzetting en energieafsluiting) ook geen dringende redenen opleveren om van het verlagen van de bijstand af te zien. Niet gesteld of gebleken is dat eiseres zich in een nog slechtere financiële situatie bevindt. De beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;