ECLI:NL:CRVB:2016:4915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële onderbouwing
Appellant verbleef van december 2013 tot juli 2014 in detentie en deed op 11 november 2014 een aanvraag om bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat appellant niet de noodzakelijke gegevens over zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag had verstrekt. Ondanks verzoeken om aanvullende bewijsstukken, waaronder bankafschriften en bewijs van huurbetaling, leverde appellant slechts gedeeltelijk bewijs.
In bezwaar en tijdens de procedure bij de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep heeft appellant aanvullende verklaringen overgelegd, waaronder verklaringen van derden die hem financieel zouden hebben ondersteund. Deze verklaringen waren echter ongedateerd of achteraf opgesteld en boden onvoldoende objectief bewijs. De Raad oordeelde dat de financiële situatie van appellant in de relevante periode onvoldoende aannemelijk was gemaakt.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 december 2016.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.