ECLI:NL:CRVB:2016:4926
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening op grond van artikel 8:119 Awb in zaak WUV en WUBO
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak waarin zijn beroep tegen afwijzing van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) werd afgewezen.
De Raad had eerder geoordeeld dat verzoeker geen ziekten of gebreken had die verband houden met vervolging, noch blijvend psychisch of lichamelijk letsel gerelateerd aan oorlogsgeweld. Verzoeker stelde dat hij nog onder behandeling was voor klachten die verband houden met het oorlogsverleden, ondersteund door een verklaring van zijn huisarts.
De Raad beoordeelde dit verzoek aan de hand van artikel 8:119 Awb Pro, dat herziening alleen toestaat bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De verklaring van de huisarts dateerde echter van ná de uitspraak en betrof geen nieuw feit of omstandigheid in de zin van de wet.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier P.W.J. Hospel.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb.