ECLI:NL:CRVB:2015:3963
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van 5 juni 2014, waarin een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd toegekend. Verzoekster betwistte de matiging van de overschrijding en voerde aan dat deze niet aan verweerder kon worden toegerekend.
De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat stelt dat herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad concludeerde dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aan deze cumulatieve voorwaarden voldeden. Het verzoek was feitelijk een hernieuwde discussie over de toerekening van de termijnoverschrijding, hetgeen reeds aan de orde was geweest tijdens de zitting van 17 april 2014.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die aan de cumulatieve voorwaarden voldoen.