ECLI:NL:CRVB:2016:4940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning inkomenstoeslag over 2014 wegens bijzondere omstandigheden
Appellant diende op 27 februari 2015 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag over het jaar 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag bij besluit van 13 mei 2015 af, met het argument dat de toeslag niet met terugwerkende kracht toegekend kan worden en dat de late aanvraag niet verschoonbaar was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij in tegenstelling tot anderen het aanvraagformulier niet had ontvangen, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur. Het college erkende dat appellant begin 2014 geen bijstand ontving en daarom niet in aanmerking kwam voor de semi-automatische aanvraagronde, maar erkende tevens dat dit niet aan appellant te wijten was.
De Raad oordeelde dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die rechtvaardigen dat de inkomenstoeslag over 2014 met terugwerkende kracht wordt toegekend. De aangevallen uitspraak werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het college werd verplicht de toeslag alsnog toe te kennen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het college dient de inkomenstoeslag over 2014 met terugwerkende kracht toe te kennen aan appellant.