ECLI:NL:CRVB:2016:5013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A. Stehouwer
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in vermogen en levensonderhoud
Appellanten, voormalige eigenaren van een bedrijf dat in 2009 werd gesloten, beschikten toen over een vermogen van circa €184.474,-. Zij dienden in 2010 en opnieuw in 2013 een aanvraag om bijstand in. Het college wees deze aanvragen af vanwege onvoldoende duidelijkheid over de besteding van het vermogen en de wijze waarop zij in hun levensonderhoud voorzagen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellanten slaagden er niet in met verifieerbare stukken aan te tonen hoe het vermogen en de kasopnames waren besteed. Ook konden zij niet aannemelijk maken hoe zij na het sluiten van hun bedrijf in hun levensonderhoud voorzagen, ondanks het overleggen van een verklaring van hun zoon.
Daarnaast werd vastgesteld dat appellanten meerdere auto's op hun naam hadden staan, wat duidt op vermogen waarover zij redelijkerwijs konden beschikken. De verklaring dat de zoon de auto's op naam had gezet, werd onvoldoende onderbouwd. Hierdoor concludeerde de Raad dat appellanten de inlichtingenverplichting schonden en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellanten wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in hun vermogen en levensonderhoud.