ECLI:NL:CRVB:2016:5061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A. Stehouwer
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij huurovereenkomst met tweedegraads bloedverwant afgewezen
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en woonde samen met zijn zus, een tweedegraads bloedverwant, en haar meerderjarige zoon op hetzelfde adres. Hij sloot een huurovereenkomst met zijn zus. Het college paste de kostendelersnorm toe, waardoor de bijstand werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de uitzondering op de kostendelersnorm voor personen met een commerciële huurovereenkomst ook op hem van toepassing zou moeten zijn, ondanks de familierelatie. De Raad overwoog dat de wetgever expliciet heeft uitgesloten dat bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad een commerciële relatie kunnen hebben die tot uitzondering leidt.
De Raad benadrukte dat de kostendelersnorm bedoeld is om schaalvoordelen bij het delen van woonkosten mee te nemen en dat de uitzondering alleen geldt voor zuiver zakelijke relaties zonder nauwe familieband. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het onderscheid objectief gerechtvaardigd en proportioneel is.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm ondanks de huurovereenkomst met een tweedegraads bloedverwant en wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af.