ECLI:NL:CRVB:2016:5116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens onvoldoende woonplaatsbewijs
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college stelde de eerste aanvraag buiten behandeling wegens het niet aanleveren van gevraagde gegevens en wees de tweede aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk zou hebben gemaakt waar zijn domicilie was, Nederland of België.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat appellant niet consistent was over zijn verblijfplaats en dat verklaringen van derden onvoldoende waren. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant wel aannemelijk heeft gemaakt dat het centrum van zijn maatschappelijk leven zich in Amsterdam bevindt, onder meer door inschrijving met zijn kinderen op het uitkeringsadres, aanwezigheid van persoonlijke eigendommen en betrokkenheid bij opvoeding en scholing.
Hoewel appellant banden met België had vanwege eerdere werkzaamheden en activiteiten als invaller-pastor, is dit onvoldoende om te concluderen dat zijn maatschappelijke leven naar België is verplaatst. Het college heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de aard en omvang van deze activiteiten.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij nader onderzoek naar de werkzaamheden voor de instelling moet plaatsvinden. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandaanvraag wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.