ECLI:NL:CRVB:2016:5134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aflossing schuld wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant, die sinds 2003 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aflossing van een schuld bij een telecombedrijf. Het college wees dit af omdat bijstand voor schulden niet wordt verleend zonder zeer dringende redenen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de aanvraag niet voor schulden was en dat het college te laat op bezwaar had beslist.
De Raad oordeelde dat de aanvraag wel degelijk betrekking had op schuldaflossing, omdat de kosten reeds in 2011 bij appellant in rekening waren gebracht. De uitzonderingsgrond voor bijstand bij schulden vereist zeer dringende redenen, die appellant niet aannemelijk maakte. Ook was het college niet te laat met de beslissing, omdat de aanvraag pas in oktober 2012 was ontvangen.
Verder wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure inclusief mediation binnen de toegestane termijn bleef. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.