De Centrale Raad van Beroep behandelde op 30 november 2016 het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster tegen het Zorgkantoor Menzis. De Raad besloot het lopende onderzoek in gerelateerde zaken te schorsen en het Zorgkantoor op te dragen nader onderzoek te doen naar de aanspraak van verzoekster op meer zorg volgens artikel 3.1.1, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg. Na afronding van dit onderzoek moet het Zorgkantoor een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.
De voorlopige voorziening is bedoeld om verzoekster in de tussentijd in staat te stellen meer zorg te financieren. Het Zorgkantoor is opgedragen een budgetruimte vrij te maken voor een voorschot van € 10.000,- per maand, ingaande 1 december 2016 tot uiterlijk 1 juni 2017. Tevens moet het Zorgkantoor het betaalde griffierecht en proceskosten van verzoekster vergoeden.
De uitspraak is mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd in het proces-verbaal. De Raad benadrukt hiermee de noodzaak van tijdelijke financiële ondersteuning voor verzoekster terwijl het definitieve onderzoek en besluitvorming plaatsvindt.