ECLI:NL:CRVB:2016:5156
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van uitspraak over beëindiging persoonsgebonden budget afgewezen
Verzoekster ontving sinds maart 2010 een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ. Na verhuizing naar Zwitserland in augustus 2010 beëindigde het Zorgkantoor het pgb per juni 2011 omdat verzoekster niet meer verzekerd was voor de AWBZ. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank en de Raad bij uitspraken in 2011 en 2012.
Verzoekster vroeg herziening van de uitspraak van 13 april 2012, stellende dat een arrest van het Hof van Justitie van 5 mei 2011 haar standpunt ondersteunt. Het Zorgkantoor betoogde dat het verzoek geen nieuwe feiten bevat en onredelijk laat is ingediend, ruim vier jaar na het arrest en bijna vier jaar na de uitspraak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om herziening niet-ontvankelijk is omdat het geen nieuwe feiten bevat en te laat is ingediend. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 1 juli 2016.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.