ECLI:NL:CRVB:2006:AV8305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening en toekenning toeslag aan in Marokko wonende gerechtigde na afbouw
De zaak betreft een geschil over de afbouw en hernieuwde toekenning van een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW) aan een in Marokko wonende gerechtigde. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), had de toeslag vanaf 1 januari 2003 beëindigd, maar na een uitspraak van de Raad waarin de afbouw voor Turkse toeslaggerechtigden onrechtmatig werd verklaard, diende gedaagde een nieuwe aanvraag in.
De Raad oordeelde dat appellant de toeslag aan gedaagde met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 moet toekennen, ook al ontbreekt het aanvraagformulier. De Raad maakte onderscheid tussen de periode vóór en na 1 januari 2003 en stelde dat voor de periode na die datum een nieuwe aanvraag conform de TW behandeld moet worden. Voor de periode vóór 1 januari 2003 geldt dat het verzoek moet worden gezien als een verzoek tot herziening van het oorspronkelijke besluit.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat stelde dat het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing is vanwege verschillende verdragsregimes tussen Marokko en Turkije. De Raad vond dat appellant in redelijkheid niet tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, met de verplichting voor appellant een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De toeslag wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 toegekend en appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.