ECLI:NL:CRVB:2016:53
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1987 bijstand als alleenstaande en stond ingeschreven op een adres, terwijl appellant op een ander adres stond ingeschreven. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij samenwoonden, voerde de Sociale Recherche Twente een onderzoek uit met onder meer verhoren, observaties en woningdoorzoekingen.
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo trok bij besluit van 29 november 2013 de bijstand van appellante in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2000 en vorderde de kosten van bijstand terug, mede ten laste van appellant. De rechtbank Overijssel vernietigde het besluit alleen voor zover het de terugvordering op grond van de Wmo betrof.
In hoger beroep betwistten appellanten het voeren van een gezamenlijke huishouding en stelden zij dat hun gezondheidstoestand hun eerdere verklaringen onbetrouwbaar maakte. De Raad oordeelde dat de medische stukken dit niet aannemelijk maakten en dat de verklaringen consistent en gedetailleerd waren. De onderzoeksbevindingen, waaronder observaties en aangetroffen poststukken, ondersteunden het standpunt van het college.
De Raad verwierp ook het beroep op vonnissen van de politierechter en verklaringen van vrienden als onvoldoende bewijs tegen de gezamenlijke huishouding. De Raad concludeerde dat appellanten hun gezamenlijke huishouding verzwegen hadden, waardoor de intrekking en terugvordering terecht waren. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding worden bevestigd.