ECLI:NL:CRVB:2016:588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvolledige opgave verblijfplaats dakloze
Appellant heeft op 6 juni 2013 bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verklaard dakloos te zijn. Hij vulde formulieren in waarin hij twee adressen van familieleden in Amsterdam als verblijfplaatsen opgaf. De gemeente Amsterdam voerde een onderzoek uit waarbij op 24 juni 2013 onaangekondigde huisbezoeken plaatsvonden op de opgegeven adressen, maar appellant werd niet aangetroffen. Zijn zussen verklaarden dat hij daar slechts sporadisch verbleef en niet meer aanwezig was.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag bij besluit van 2 juli 2013 af omdat appellant onvolledige informatie had verstrekt over zijn woon- en leefsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat een aanvrager verplicht is controleerbare gegevens over zijn verblijfplaats te verstrekken en wijzigingen tijdig door te geven. Appellant kon niet aangeven waar hij verbleef en gaf tegenstrijdige informatie. Dit leidde tot de conclusie dat hij niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het niet verstrekken van volledige en controleerbare verblijfplaatsgegevens.