ECLI:NL:CRVB:2016:595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand wegens drempelbedrag WWB
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage rechtsbijstand van €129,-. Het college wees dit af omdat de eigen bijdrage met €52,- verlaagd zou zijn als appellant zich eerst tot het Juridisch Loket had gewend, waardoor de noodzakelijke kosten €77,- bedragen, lager dan het drempelbedrag van €127,- in artikel 35, tweede lid, WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde aan dat hij zich niet eerst tot het Juridisch Loket hoefde te wenden en dat het volledige bedrag als noodzakelijk moest worden aangemerkt. Ook stelde hij dat het niet redelijk was om het drempelbedrag vooraf in mindering te brengen en dat het college geen consequent beleid voerde.
De Raad oordeelde dat de verlaging van de eigen bijdrage terecht in aanmerking werd genomen en dat appellant zich redelijkerwijs eerst tot het Juridisch Loket had moeten wenden. Het college had de noodzakelijke kosten juist vastgesteld en de afwijzing was in overeenstemming met het beleid. De omstandigheden van appellant, waaronder zijn inkomen, rechtvaardigden geen uitzondering. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand wordt bevestigd omdat de noodzakelijke kosten onder het drempelbedrag van de WWB blijven.