ECLI:NL:CRVB:2016:64
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijkheid hoofdverblijf
Appellant heeft op 14 oktober 2013 bijstand aangevraagd en opgegeven alleen te wonen op een adres in Den Haag. Het college heeft echter twijfels over de woon- en leefsituatie van appellant, mede naar aanleiding van een huisbezoek en het ontbreken van persoonlijke correspondentie op het opgegeven adres.
Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over zijn hoofdverblijf, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd en ook in hoger beroep heeft appellant geen nieuwe, overtuigende gronden aangevoerd.
De Raad stelt dat het op de aanvrager rust om duidelijkheid te verschaffen over zijn woonplaats en dat het ontbreken van voldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres terecht tot afwijzing heeft geleid. Ook latere bijstandsverlening op dat adres verandert hier niets aan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over het hoofdverblijf van appellant.