ECLI:NL:CRVB:2016:676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien en te verlagen van 65-80% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand nadat het UWV de geconstateerde gebreken had hersteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onvolledig en onjuist was, en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen, waaronder vermoeidheid. Ook stelde hij dat het UWV ten onrechte geen nadere medische informatie had opgevraagd bij de behandelend sector.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was, dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep over voldoende en actuele gegevens beschikte, en dat het UWV geen reden had om aanvullende informatie op te vragen. De functionele mogelijkhedenlijst en de arbeidsdeskundige rapporten toonden aan dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en verwierp het beroep van appellant voor zover het de rechtsgevolgen betrof. Er werd geen aanleiding gezien voor het houden van een nadere zitting of voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en wijst het beroep van appellant af.