ECLI:NL:CRVB:2016:715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid Zorgkantoor tot lager vaststellen pgb en terugvordering voorschotten
Appellant ontving voor 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) van €8.018,24 van het Zorgkantoor. Bij vaststellingsbesluit werd het pgb lager vastgesteld op basis van onvoldoende verantwoording van de besteding, waarbij een bedrag van €3.848,24 werd teruggevorderd. Het bezwaar van appellant werd door het Zorgkantoor ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet alle declaraties hoefde te overleggen vanwege een vaste maandbedragafspraak en dat hij niet het gehele pgb had ontvangen. De Raad oordeelde dat de verplichting tot het opstellen en bewaren van declaraties voortvloeit uit de Regeling subsidies AWBZ (Rsa) en dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en onverschuldigde voorschotten terug te vorderen.
De Raad benadrukte dat het Zorgkantoor zijn discretionaire bevoegdheid tot verlaging van het pgb met zorgvuldige belangenafweging moet uitoefenen, wat hier is gebeurd. De omstandigheden van appellant rechtvaardigden geen andere uitkomst. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.