ECLI:NL:CRVB:2016:730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en woonde op een adres waar op 6 januari 2013 een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het college stelde vast dat appellant deze kwekerij niet had gemeld, wat leidde tot intrekking van de bijstand over de periode 1 augustus 2012 tot en met 31 januari 2013 en terugvordering van €4.602,38. Tevens werd een bestraffende maatregel opgelegd met een verlaging van de bijstand voor één maand.
Appellant betwistte dat de hennepkwekerij al vanaf 26 augustus 2012 in werking was. Het college baseerde de aanvangsdatum op een rapportage van een fraudespecialist van Stedin, die deskundig was in het opsporen van hennepkwekerijen en de duur van de kwekerij met objectieve gegevens onderbouwde. Appellant leverde geen objectieve tegenbewijs.
De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van de rapportage en dat appellant geen dringende reden had aangevoerd om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.