ECLI:NL:CRVB:2016:736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking huisbezoek en onjuiste opgave zelfstandige activiteiten
Appellant ontving bijstand en hield een praktijk voor acupunctuur aan huis. Na eerdere besluiten werd zijn bijstand ingetrokken wegens het niet tijdig aanleveren van gegevens over zijn zelfstandige activiteiten. Bij een nieuwe aanvraag verklaarde appellant te zijn gestopt met zijn praktijk, maar onderzoek door de gemeente toonde aan dat hij nog actief was. Op 16 juli 2012 weigerde appellant mee te werken aan een huisbezoek om dit te verifiëren.
De gemeente weigerde de bijstandsaanvraag op grond van deze weigering en het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen toestemming voor het huisbezoek had geweigerd, dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek, en dat het onderzoek onrechtmatig was.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk de medewerking aan het huisbezoek had geweigerd en dat er voldoende objectieve feiten waren die het huisbezoek rechtvaardigden, zoals een e-mail van appellant over praktijkactiviteiten en het online zetten van een website. Het maken van een afspraak onder een valse naam door een gemeentemedewerker was toegestaan. Het huisbezoek was noodzakelijk om de feitelijke situatie te controleren. De Raad bevestigde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij was gestopt met zijn praktijk en dat het college terecht de aanvraag had afgewezen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens weigering medewerking aan huisbezoek en het niet nakomen van de inlichtingenplicht.