ECLI:NL:CRVB:2016:741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over medische en arbeidskundige beoordeling WAO-uitkering
Appellant was sinds 1994 arbeidsongeschikt wegens nekklachten en ontving vanaf 1995 een WAO-uitkering. Deze uitkering werd in 2006 beëindigd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een melding van verslechtering in 2010 weigerde het UWV in 2013 de heropening of nieuwe toekenning van de WAO-uitkering, waarop appellant bezwaar maakte dat in 2014 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten waren verergerd en dat onvoldoende rekening was gehouden met een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) uit 2011, opgesteld door een bedrijfsarts in het kader van een bijstandsuitkering.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV een zorgvuldige medische beoordeling had verricht en dat het arbeidskundig onderzoek voldoende gemotiveerd was. De Raad stelde dat de FML van de Sociale Dienst gebaseerd was op een ander wettelijk kader en dat het UWV de relevante FML correct had betrokken. Het CBBS-systeem werd als aanvaardbaar hulpmiddel bevestigd.
Daarmee faalde het hoger beroep en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.