Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 8 december 2015 ongegrond;
- bepaalt dat het Zorginstituut aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het Zorginstituut Nederland inzake de vergoeding van zorgkosten tijdens een tijdelijk verblijf in Italië. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat appellant vanaf 14 december 2010 feitelijk woonplaats in Italië had en daarom terecht bij het Duitse orgaan als verzekerde was uitgeschreven.
Het Zorginstituut heeft op 8 december 2015 een nieuw besluit genomen waarbij het eerdere besluit van 18 mei 2011 werd herroepen en een vergoeding van €666,99 op basis van het Nederlandse tarief werd vastgesteld. Appellant heeft geen specifieke bezwaren tegen deze nieuwe vergoeding, maar handhaaft zijn eerdere klachten over de behandeling van zijn zaak door het Zorginstituut.
De Raad overweegt dat de bezwaren van appellant grotendeels reeds in de tussenuitspraak zijn beoordeeld of buiten de bevoegdheid van de Raad vallen. Ook wordt toegelicht dat de inhouding op het pensioen van appellant ten titel van de inkomensafhankelijke AWBZ-bijdrage geen premie is, maar een buitenlandbijdrage zoals geregeld in de Regeling zorgverzekering.
Gelet op deze overwegingen verklaart de Raad het beroep tegen het besluit van 8 december 2015 ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 8 december 2015 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.