ECLI:NL:CRVB:2016:766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks psychische beperkingen
Appellant diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering op grond van psychische beperkingen gerelateerd aan een autisme spectrum stoornis en ADHD. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant naar oordeel van het UWV meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de beperkingen onvoldoende waren erkend, met name dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen zoals opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld en dat de arbeidskundige beoordeling van het UWV terecht was. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de psychische beperkingen in lijn waren met de medische rapporten, en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat een urenbeperking vanaf 17/18-jarige leeftijd gerechtvaardigd was.
Daarnaast werd benadrukt dat de late aanvraag het moeilijk maakt om het medisch beeld van destijds vast te stellen, en dat het risico hiervan voor rekening van appellant komt. De arbeidskundige beoordeling was eveneens adequaat, ondanks de problematiek rond functieduiding door de verstreken tijd. De Raad concludeerde dat de beoordeling van het UWV in overeenstemming is met de bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks psychische beperkingen.