Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam die het beroep tegen het besluit van het UWV tot inhouding van zijn WAO-uitkering wegens executoriaal derdenbeslag ongegrond verklaarden.
De Raad overweegt dat het UWV als derde-beslagene verplicht is volledige medewerking te verlenen aan het beslag zonder de geldigheid of omvang daarvan te beoordelen. De beoordeling van de rechtmatigheid van het beslag behoort toe aan de civiele rechter. Appellant kan zich met de deurwaarder of de burgerlijke rechter wenden voor vragen over de beslagvrije voet of de geldigheid van het beslag.
Appellant voerde onder meer aan dat het niet toepassen van de beslagvrije voet een schending van zijn mensenrechten en het discriminatieverbod inhoudt, omdat hij in Frankrijk woont. De Raad stelt dat ook deze kwesties onder de civiele rechter vallen. Nadat de beslagvrije voet bij beschikking van de kantonrechter was vastgesteld, heeft het UWV het bedrag aangepast. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken worden bevestigd. Verzoeken om schadevergoeding en proceskosten worden eveneens afgewezen.