ECLI:NL:CRVB:2016:790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand en terugvordering wegens niet gemelde inkomsten bij werkzaamheden op naam van derden
Appellant ontving bijstand en inkomensvoorziening over meerdere perioden, maar het dagelijks bestuur trok deze in en vorderde terugbetaling wegens niet gemelde inkomsten uit werkzaamheden die appellant op naam van een ander verrichtte.
De sociale recherche stelde vast dat appellant onder een ander verblijfsdocument via een uitzendbureau werkte, zonder dit te melden. Het dagelijks bestuur besloot daarom de bijstand en inkomensvoorziening over de periode mei 2008 tot mei 2012 in te trekken en € 51.475,70 terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit niet deugdelijk gemotiveerd is voor bepaalde maanden waarin appellant stelt niet gewerkt te hebben. Voor juni en juli 2009 en maart tot en met mei 2011 kan het dagelijks bestuur het recht op bijstand niet vaststellen en is de intrekking onterecht.
De Raad vernietigt het bestreden besluit gedeeltelijk en draagt het dagelijks bestuur op een nieuwe beslissing te nemen over de terugvordering. Tevens veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Gedeeltelijke vernietiging van het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand en inkomensvoorziening wegens niet gemelde inkomsten.