ECLI:NL:CRVB:2016:795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs financiële positie voorafgaand aan aanvraag
Appellant heeft op 14 januari 2014 een aanvraag om bijstand ingediend bij de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug. Tijdens het intakegesprek verklaarde hij aanzienlijke bedragen te hebben geleend van vrienden en kennissen, maar kon hij geen bewijsstukken overleggen. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht en het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij recht had op bijstand, maar kon ook toen geen objectieve en verifieerbare bewijsstukken overleggen. De Raad overwoog dat de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag essentieel is voor de beoordeling en dat het bijstandverlenend orgaan terecht bewijsstukken heeft gevraagd.
Het beroep op artikel 16 WWB Pro, dat bijstand op grond van zeer dringende redenen mogelijk maakt, faalde omdat appellant niet buiten de kring van rechthebbenden valt. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.