ECLI:NL:CRVB:2016:813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op geregistreerd adres
Appellante ontving studiefinanciering volgens de norm voor uitwonende studenten, terwijl zij ingeschreven stond op een adres waaruit bleek dat zij mogelijk niet daadwerkelijk woonde. Na een huisbezoek in november 2013 verklaarde de hoofdbewoonster dat appellante sinds een week niet meer op het adres verbleef. De minister herzag daarop de studiefinanciering en vorderde een bedrag van €2.304,32 terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende bewijs leverde dat zij gedurende de relevante periode daadwerkelijk op het adres woonde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk tot 13 november 2013 op het adres woonde en dat de minister onvoldoende onderzoek had verricht.
De Raad oordeelde dat de minister aan zijn bewijslast had voldaan met het huisbezoek en de verklaring van de hoofdbewoonster. Het wettelijk vermoeden dat appellante niet woonde op het adres kon niet worden weerlegd door appellante. De Raad bevestigde dat de herziening correct binnen de wettelijke termijn was uitgevoerd en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van studiefinanciering wordt bevestigd omdat appellante onvoldoende bewijs leverde dat zij op het geregistreerde adres woonde.