ECLI:NL:CRVB:2016:82
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling persoonsgebonden budget door Zorgkantoor
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 3 april 2013. Het Zorgkantoor stelde bij twee besluiten van 10 mei 2013 de eindafrekeningen vast en concludeerde dat appellante niets had verantwoord, waardoor zij het volledige toegekende bedrag moest terugbetalen.
Het Zorgkantoor wees de bezwaren van appellante tegen deze besluiten af, omdat de verstrekte stukken ernstige onregelmatigheden vertoonden en geen volledig, eenduidig en plausibel beeld van de verleende zorg gaven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij door haar klachten en taalbeheersing niet in staat was het pgb te verantwoorden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het Zorgkantoor een zorgplicht had om te onderzoeken of zij de pgb-verplichtingen kon nakomen, gezien haar leeftijd en beperkingen. De Raad oordeelde echter dat het Zorgkantoor geen aanleiding had om het pgb niet op nihil vast te stellen, omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat appellante niet aan haar verplichtingen kon voldoen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de nihilstelling van het pgb en wijst het hoger beroep van appellante af.