ECLI:NL:CRVB:2016:833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV besloot op 24 februari 2014 de uitkering te beëindigen omdat zij geschikt werd geacht voor haar arbeid. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat het medische onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en bracht aanvullend medisch bewijs in. De Raad stelde vast dat het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die alle medische gegevens inclusief nieuw ingebrachte rapporten had betrokken, juist was. De arts concludeerde dat appellante ondanks fibromyalgie en stemmingsklachten geschikt was voor haar administratieve functie.
De Raad oordeelde dat de ernst van de beperkingen onvoldoende medisch-objectief was onderbouwd en dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 24 februari 2014 bevestigd.