ECLI:NL:CRVB:2016:835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellant geschikt is voor arbeid als archiefmedewerker ondanks medische klachten
Appellant, werkzaam als slijper, viel wegens lichamelijke en psychische klachten uit en ontving een WIA-uitkering die werd geweigerd omdat hij geschikt werd geacht voor andere functies. Na herhaalde ziekmeldingen en een bezoek aan een verzekeringsarts werd zijn Ziektewet-uitkering per 25 oktober 2013 beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor de functie van archiefmedewerker.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd overwogen dat de verzekeringsarts zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de medische beperkingen van appellant voldoende waren meegewogen. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst het hoger beroep af.
De Raad stelt dat de functie archiefmedewerker als 'zijn arbeid' kan gelden in de zin van de Ziektewet, ook al was dit niet het oorspronkelijke werk van appellant. De medische stukken, waaronder een brief van de huisarts, geven geen aanleiding het standpunt van het UWV te wijzigen. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geschikt is voor de functie van archiefmedewerker.