ECLI:NL:CRVB:2016:863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek wegens psychische klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die later werd omgezet in een WGA-vervolguitkering. Na herbeoordelingen in 2009 en 2012, waarbij onder meer een psychiatrisch onderzoek door psychiater Venderbos plaatsvond, concludeerde het UWV dat appellante geen arbeidsongeschiktheid meer had en beëindigde de uitkering.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar toestand niet was veranderd en dat het onderzoek van de psychiater niet objectief was. De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een aanvullend medisch deskundigenonderzoek en de rapporten van de verzekeringsartsen en psychiater Venderbos vormden een voldoende basis. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op een WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.