ECLI:NL:CRVB:2016:868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op loongerelateerde WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als tuinbouwmedewerker, viel in mei 2010 uit wegens diverse lichamelijke en psychische klachten. Na een periode van ziektewet en bezwaarprocedures vroeg hij in juni 2013 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en weigerde de loongerelateerde WGA-uitkering.
Appellant bracht aanvullende medische informatie in, waaronder van een psycholoog en huisarts, maar deze leidde niet tot een andere beoordeling van zijn beperkingen. Zowel de verzekeringsarts bezwaar en beroep als de arbeidsdeskundige concludeerden dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies binnen zijn belastbaarheid vielen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere conclusies en oordeelde dat de medische informatie onvoldoende was om de vastgestelde belastbaarheid te herzien.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat geen recht bestaat op een loongerelateerde WGA-uitkering.