ECLI:NL:CRVB:2016:871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde intrekking WAO-uitkering wegens psychische beperkingen
Appellante ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens vermeende psychische beperkingen, waaronder schizofrenie, die later door verzekeringsartsen en psychiaters werden betwijfeld. Na heronderzoek door het UWV, mede ingegeven door een strafrechtelijk onderzoek naar een behandelend psychiater, concludeerden nieuwe experts dat appellante psychiatrisch stabiel was en geen ernstige beperkingen had. Het UWV trok daarop de uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden door haar medische situatie onjuist te presenteren. In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderkend en dat de intrekking onterecht was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat appellante vanaf 6 februari 2002 geen psychische beperkingen had. De Raad wijst erop dat het UWV geen nader medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verricht naar de psychische belastbaarheid, terwijl de rapporten van de psychiatrische expert juist aangeven dat stemmingsklachten en aanpassingsstoornissen mogelijk aanwezig waren. Hierdoor is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd en moet het UWV binnen zes weken het besluit herstellen of een nieuwe beslissing nemen.
Uitkomst: Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het besluit te herstellen of een nieuwe beslissing te nemen.