ECLI:NL:CRVB:2016:902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten advocaatbezoek wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten dienden een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de WWB voor eigen bijdrage rechtsbijstand, griffierechten en reiskosten voor advocaatbezoek. Het dagelijks bestuur kende bijzondere bijstand toe voor de eigen bijdrage en griffierechten, maar wees de aanvraag voor reiskosten af omdat deze kosten werden beschouwd als incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit bevestigd. In hoger beroep stelde appellanten dat de reiskosten noodzakelijk waren vanwege de noodzaak een advocaat in te schakelen, maar dit werd niet betwist. De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand slechts kan worden toegekend als bijzondere omstandigheden verhinderen dat de kosten uit de algemene bijstand of door gespreide betaling kunnen worden voldaan.
Appellanten konden niet aannemelijk maken dat zij zich in bijzondere omstandigheden bevonden, ondanks het bestaan van schulden. De Raad bevestigde dat schulden geen bijzondere omstandigheden vormen in de zin van artikel 35 WWB Pro. Ook de door appellanten aangevoerde klachten over het optreden van het dagelijks bestuur konden niet in dit hoger beroep worden beoordeeld.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor reiskosten advocaatbezoek wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.