ECLI:NL:CRVB:2016:94
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV tot niet terugkomen op Wajong-uitkeringsaanvraag
Appellante heeft in 2009 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die in 2010 door het UWV werd afgewezen wegens het ontbreken van verminderde benutbare mogelijkheden als gevolg van medisch objectiveerbare ziekte of gebrek. Het bezwaar tegen dit besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard.
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 2010, maar het UWV besloot in 2014 dit niet te doen, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten. Dit besluit werd eveneens bevestigd door de rechtbank en is nu in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep beoordeeld.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat het UWV terecht niet is teruggekomen op het besluit. De Raad benadrukt dat appellante onvoldoende onderbouwing heeft geleverd, met name over haar medische situatie rond 1996, die relevant is voor de beoordeling. Ook is het UWV niet gehouden een Amber-beoordeling uit te voeren of de aanvraag als een toekomstige aanspraak te interpreteren.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het eerdere besluit wordt bevestigd.