ECLI:NL:CRVB:2016:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.J.T. van den Corput
- B. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk strafontslag en strafoverplaatsing wegens ernstig plichtsverzuim
Appellant, werkzaam als senior penitentiaire inrichtingswerker in een extra beveiligde inrichting, werd beschuldigd van ernstig plichtsverzuim naar aanleiding van een incident waarbij veiligheidsvoorschriften werden overtreden. Op 15 november 2013 stonden cruciale deuren open terwijl gedetineerden waren uitgesloten, en een frituurpan werd achtergelaten in de keuken. Appellant en collega’s besloten dit incident niet te melden.
De minister legde appellant een disciplinaire straf op van voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van twee jaar, een strafoverplaatsing naar een andere penitentiaire inrichting en het verlies van de EBI-toelage. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat de straf passend was bij het gepleegde plichtsverzuim.
In hoger beroep betwistte appellant de opzet en het bewust handelen niet, maar richtte zich op de overplaatsing naar een inrichting die bekend stond te zullen sluiten. De Raad oordeelde dat het niet melden en het nalaten van controles bewust was en dat de straf, inclusief de overplaatsing, niet onevenredig was, mede gezien de ernst van het plichtsverzuim en de positie van appellant ten opzichte van een onvoorwaardelijk ontslag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt. De opgelegde straf en maatregelen zijn proportioneel en rechtvaardig gelet op de feiten en omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het voorwaardelijk strafontslag met strafoverplaatsing wordt bevestigd.