Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als senior penitentiaire inrichtingswerker in een extra beveiligde inrichting, werd geconfronteerd met een disciplinaire maatregel wegens ernstig plichtsverzuim. Op 15 november 2013 werden in de keuken van gedetineerden snacks gefrituurd terwijl twee deuren openstonden die gesloten hadden moeten zijn, wat een veiligheidsrisico vormde. Appellant en collega’s besloten het incident niet te melden.
Na een onderzoek werd appellant gestraft met voorwaardelijk strafontslag en overplaatsing naar een andere penitentiaire inrichting. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze straf ongegrond en oordeelde dat het plichtsverzuim ernstig was en de straf niet onevenredig.
In hoger beroep betwistte appellant de proportionaliteit van de straf, met name de overplaatsing en het verlies van de EBI-toelage. De Raad oordeelde dat het niet uitvoeren van de controle en het bewust niet melden van het incident als ernstig plichtsverzuim kwalificeert en dat de straf passend is gelet op de ernst van de gedragingen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de inkomensachteruitgang werden verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de disciplinaire straf bevestigd.