ECLI:NL:CRVB:2016:988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering Wajong-uitkering wegens inkomen uit arbeid
Appellante ontvangt sinds 2010 een Wajong-uitkering en is gestart met een onderneming in zijden garens. Over 2011 behaalde zij een positief resultaat van €2.993,45, waarover het UWV de uitkering heeft herzien en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het behaalde resultaat als inkomen moet worden aangemerkt en in mindering gebracht op de uitkering.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat het onredelijk is het volledige bedrag terug te vorderen, omdat zij dit wilde sparen voor investeringen en niet voor levensonderhoud gebruikte. Ook stelde zij dat haar resultaten hadden moeten worden gemidddeld over meerdere jaren.
De Raad oordeelt dat het UWV de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast, waarbij het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden als inkomen wordt aangemerkt en in mindering wordt gebracht op de uitkering. Er is geen ruimte voor afwijkende interpretatie of middeling. Het hoger beroep wordt dan ook verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 maart 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de Wajong-uitkering bevestigd.