ECLI:NL:CRVB:2017:10
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en diefstal door ambtenaar
Appellant was werkzaam als hoofd complexbeveiliging en later als plaatsvervangend hoofd arbeid bij een penitentiaire inrichting. Na een onderzoek legde de minister hem ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. Dit omvatte het zonder toestemming meenemen van diverse goederen, het zonder toestemming laten wijzigen van een laptop waarvan hij de harde schijf liet verwijderen en vernietigen, en het slaan van een geboeide gedetineerde.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. De Raad acht de gedragingen, waaronder diefstal en mishandeling, voldoende grond voor ontslag.
De Raad verwierp het verweer dat een heersende cultuur binnen de inrichting het gedrag zou rechtvaardigen. Ook het argument dat de goederen niet meer werden gebruikt, deed niet af aan de ernst van het plichtsverzuim. Het ontslag is proportioneel gelet op de schending van vertrouwen en de voorbeeldfunctie van appellant.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.