ECLI:NL:CRVB:2017:1010

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2017
Publicatiedatum
13 maart 2017
Zaaknummer
16/3545 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Tijdelijke regeling functieonderhoud politieRegeling overgang naar een LFNP functie
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling motiveringsgebrek bij toekenning LFNP-functie aan politieambtenaar

De zaak betreft een hoger beroep van de korpschef van politie tegen eerdere uitspraken van de rechtbank Gelderland over de toekenning van een LFNP-functie aan een politieambtenaar. De korpschef had de functie van Basis Informatie Coördinator, gewaardeerd in salarisschaal 7, als uitgangspositie vastgesteld na functieonderhoud en vervolgens de LFNP-functie Generalist Intelligence toegekend, eveneens in salarisschaal 7.

De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd omdat niet duidelijk was of de functiewaardering opnieuw had plaatsgevonden na wijziging van de functiebeschrijving. De korpschef heeft daarop een aanvullende motivering gegeven, maar de rechtbank bleef bij vernietiging van het besluit wegens motiveringsgebrek.

De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de korpschef terecht een bestaande korpsfunctie heeft toegepast als uitgangspunt en dat er geen noodzaak was tot herwaardering van de functie. Hierdoor is er geen sprake van een motiveringsgebrek. De eerdere uitspraken worden vernietigd en het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma namens de Centrale Raad van Beroep op 9 maart 2017.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de LFNP-functie wordt ongegrond verklaard en eerdere uitspraken worden vernietigd.

Uitspraak

16/3545 AW
Datum uitspraak: 9 maart 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Gelderland van
26 november 2015, 14/4468 (aangevallen tussenuitspraak) en de einduitspraak van
2 februari 2016, 14/4468 (aangevallen einduitspraak)
Partijen:
de korpschef van politie (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Namens betrokkene heeft mr. D.C. Coppens, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen einduitspraak. Dit hoger beroep is bij de Raad geregistreerd onder nummer 16/1681 AW.
De korpschef heeft een verweerschrift ingediend en tevens incidenteel hoger beroep ingesteld.
Vervolgens heeft betrokkene het hoger beroep ingetrokken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2017. Betrokkene is niet verschenen. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A.M. Bot.

OVERWEGINGEN

1.1.
Voor het kader en de van toepassing zijnde regelgeving betreffende dit hoger beroep verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 1 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1550 en ECLI:NL:CRVB:2015:1663.
1.2.1.
Nadat appellant betrokkene kenbaar had gemaakt dat hij in het kader van de invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) het voornemen had de functie van Recherche-assistent, gewaardeerd in salarisschaal 6, aan te merken als uitgangspositie van betrokkene voor de omzetting naar het LFNP, heeft betrokkene verzocht om functieonderhoud op grond van de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie.
1.2.2.
Bij besluit van 30 november 2011 heeft appellant dit verzoek toegewezen en de functie van Basis Informatie Coördinator, gewaardeerd in salarisschaal 7, op betrokkene van toepassing verklaard.
1.2.3.
Bij besluit van 22 december 2011 heeft de korpschef de uitgangspositie van betrokkene vervolgens gewijzigd vastgesteld op de functie van Basis Informatie Coördinator, gewaardeerd in salarisschaal 7.
1.2.4.
Tegen de besluiten van 30 november en van 22 december 2011 heeft betrokkene geen rechtsmiddelen aangewend.
1.3.
Op 16 december 2013 heeft appellant ten aanzien van betrokkene besloten tot toekenning van en overgang naar de LFNP-functie van Generalist Intelligence, met als vakgebied Intelligence, gewaardeerd in salarisschaal 7. Bij besluit van 28 mei 2014 (bestreden besluit) is het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2.1.
Bij de aangevallen tussenuitspraak heeft de rechtbank, samengevat en voor zover in hoger beroep nog van belang, vastgesteld dat appellant er bij de matching van is uitgegaan dat de korpsfunctie van betrokkene (onveranderd) is ingedeeld in salarisschaal 7. Nu de Regeling overgang naar een LFNP functie matching op schaal voorschrijft, is van belang of naar aanleiding van de wijziging van de functiebeschrijving opnieuw functiewaardering heeft plaatsgevonden op grond van het destijds geldende functiewaarderingssysteem. Dit blijkt evenwel niet uit het bestreden besluit. De rechtbank heeft het bestreden besluit om die reden onvoldoende gemotiveerd geacht en heeft appellant in de gelegenheid gesteld het in de aangevallen tussenuitspraak vastgestelde gebrek te herstellen.
2.2.
Bij brief van 9 december 2015 heeft appellant ter uitvoering van de aangevallen tussenuitspraak het bestreden besluit voorzien van een aanvullende motivering.
2.3.
Bij de aangevallen einduitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd omdat het aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, en, omdat dit gebrek met de onder 2.2 vermelde aanvullende motivering is hersteld, geoordeeld dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand blijven.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
3.1.
Gegeven de intrekking van het hoger beroep van betrokkene, staat slechts het incidenteel hoger beroep van appellant nog ter beoordeling van de Raad.
3.2.
Appellant bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit lijdt aan een motiveringsgebrek en voor vernietiging in aanmerking komt.
3.3.
Dit betoog slaagt. Zoals appellant in het incidenteel hoger beroepschrift heeft toegelicht, heeft hij er in het kader van het aan betrokkene bij besluit van 30 november 2011 toegekende functieonderhoud voor gekozen om een bestaande, organieke, korpsfunctie - de onder 1.2.2 genoemde functie van Basis Informatie Coördinator, salarisschaal 7 - op betrokkene van toepassing te verklaren. In lijn hiermee is de uitgangspositie van betrokkene bij besluit van
22 december 2011 gewijzigd vastgesteld. Nu appellant betrokkene na functieonderhoud een bestaande korpsfunctie heeft toegekend, aan welke functie salarisschaal 7 is verbonden, en niet sprake is van een mens- of persoonsgebonden functie, bestond er geen noodzaak voor appellant om de functie van Basis Informatie Coördinator (opnieuw) te waarderen. Appellant heeft de functie van Basis Informatie Coördinator, gewaardeerd in salarisschaal 7 - zoals vastgelegd in de, in rechte onaantastbare, (gewijzigde) uitgangspositie van betrokkene - terecht tot uitgangspunt genomen in het kader van het hier voorliggende besluit tot toekenning van en overgang naar een LFNP-functie. Van het door de rechtbank geconstateerde motiveringsgebrek is daarom geen sprake.
3.4.
Uit wat onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen vloeit voort dat het incidenteel hoger beroep slaagt. De aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen einduitspraak moeten worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen tussenuitspraak;
- vernietigt de aangevallen einduitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 28 mei 2014 ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in tegenwoordigheid van W.A.M. Ebbinge als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2017.
(getekend) J.N.A. Bootsma
(getekend) W.A.M. Ebbinge

HD